dinsdag 21 juli 2009

De weledele Sheich 'Abdoellah ibn 'Abdoerrahmaan ibn Jibreen

De dood van de grote imam en nobele geleerde Sheich 'Abdoellah ibn 'Abdoerrahmaan ibn Jibreen (moge Allah genadig met hem zijn) is een gebeurtenis die de moslims en haar geleerden duidelijk niet in de koude kleren is gaan zitten. Zijn dood is dan ook ongetwijfeld een ramp voor de gehele moslimgemeenschap. Betreffende zijn dood is er gezegd door:

Sheich Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan:

“Wij vragen Allah, de Verhevene, om Sheich 'Abdoellah ibn Jibreen te vergeven en te begenadigen. Moge Allah de pijn die de moslims, vanwege de dood van hun geleerden hebben opgelopen, helen. Zijn dood is ongetwijfeld een grote ramp, maar wij dienen ons geduldig op te stellen. Wij vragen Allah, de Verhevene, om ons in zijn plaats een nog betere geleerde te schenken en om de Sheich te vergeven en te begenadigen. Voorwaar, Hij is de meest Vergevensgezinde, Meest Barmhartig. De dood van de geleerden is ongetwijfeld een groot verlies voor de gemeenschap. Zo staat vermeld in een overlevering dat de dood van een hele stam minder erg is dan de dood van één geleerde. Ook zegt de Profeet (vrede zij met hem) in een andere overlevering: “Voorwaar, Allah zal de kennis, nadat Hij die jullie heeft gegeven niet (in één keer) wegrukken, maar Hij zal haar (kennis) van hen wegnemen door het nemen (van de levens) van de geleerden en daarmee ook hun kennis. Daarna zullen slechts onwetende mensen overblijven. Zij zullen om Fatwa’s (religieuze uitspraken) gevraagd worden, waarna zij Fatwa’s zullen geven die gebaseerd zijn op hun eigen meningen, en daarmee dwalen zij af en doen zij anderen afdwalen.”(al-Boekhaari)

Wij vragen Allah om ons hiervoor te behoeden. De dood van de geleerden is absoluut een grote ramp. Wij dienen ons echter geduldig op te stellen, veel smeekbeden te verrichten en Allah te vragen om de Oemmah rechtschapen geleerden te doen toekomen. Allah, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“En zien zij niet dat Wij tot het land komen en wij het van buitenaf inperken.”(Soerat ar-Racd: 41)

Enkele geleerden hebben gezegd dat het “van buitenaf inperken” door de dood van de geleerden komt.”


Sheich 'Abd ul-'Aziez Ibn 'Abdoellah Aal Sheikh:

Voor zijn dood:

“De weledele Sheich 'Abdoellah ibn 'Abdoerrahmaan ibn Jibreen behoort tot onze broeders die kennis hebben en hiernaar handelen. Tevens staat hij bekend om zijn inspanning in het geven van lessen. Middels de Sheich is de moslims veel verbetering toegekomen. Daarnaast behoort hij tot de dragers van de Koran en een persoon die onderwezen is in het geloof. Hij is in het bezit van een nobele gedragscode en straalt nederigheid uit. Wij kennen dan ook niets behalve het goede van de Sheich en de absolute vorm van prijzing is slechts toebedeeld aan Allah. Het is voor de moslim dan ook niet toegestaan om zich te vergrijpen aan de eer van de geleerden of hen te lasteren zonder bewijsvoering.”

Na zijn dood:

“De overleden Sheich 'Abdoellah ibn Jibreen heeft een enorme erfenis aan kennis achtergelaten. Middels zijn kennis zijn bibliotheken over de gehele wereld verrijkt. Ongeacht of dit nou zijn boeken of zijn baatvolle audio-opnames zijn. Men dient hier dan ook profijt uit te halen. De dood is waarheid en is wat Allah heeft voorgeschreven voor al zijn schepselen. Zo zegt de Verhevene (interpretatie van de betekenis):

“Iedere ziel zal de dood ervaren en Wij stellen jullie op de proef met het slechte en het goede, als een beproeving, en tot Ons worden jullie teruggekeerd.”(Soerat al-Anbiyaa’: 35)

Tot slot sluiten wij af met de woorden van Sheich 'Abd ul-cAziez ar-Raadjihie:

“Zouden er geen nobele geleerden zijn, dan zou ook al-'Allaamah Ibn Jibreen er niet zijn. Moge Allah de Sheich begenadigen.”

Wij vragen Allah om de Sheich te begenadigen, Zijn Welbehagen over hem uit te spreiden en hem Djannat ul-Firdaus te schenken. Wij behoren toe aan Allah en wij zullen tot Hem terugkeren.
-